nieuws-image
23 augustus 2012
Blijvende onduidelijkheid na antwoorden GS

Op 23 juli jl. heeft het college van GS de schriftelijke vragen van de VVD Fryslân beantwoord over de subsidieverlening van een supermarkt. Doordat de antwoorden echter niet concreet zijn roepen ze meer vragen op dan dat ze antwoorden geven. De VVD heeft schriftelijke vervolgvragen gesteld om toch de gewenste duidelijkheid te verkrijgen. Hieronder de schriftelijke vragen zoals gesteld aan college van GS.  

SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 39 Reglement van Orde

 
Gericht aan GS / lid van GS   Het college van Gedeputeerde Staten
Onderwerp   Vervolgvragen subsidieverlening supermarkt
Vraag / Vragen 1.    Het college van GS geeft aan dat de subsidie is verleend op basis van hoofdstuk 6.3 artikel 4 van de subsidieverordening pMJP 2009. Kan het college aangeven hoe de subsidie scoort op de daar genoemde subsidiecriteria:
    • passen binnen het beleid van de provincie Fryslân zoals vastgelegd in het geldende Plattelânsbelied.
    • hebben een positief economisch perspectief, zoals blijkt uit de economische onderbouwing in een ondernemingsplan, met als doel behoud en/of uitbreiding van werkgelegenheid vooral voor jongeren en vrouwen.
    • dragen positief bij aan de werkgelegenheid.
    • zijn verenigbaar met, en dragen bij voorkeur bij aan landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit zoals weergegeven in het vigerend streekplan.
    • activiteiten die zich positief onderscheiden m.b.t. tot jongeren en vrouwen genieten een voorkeur.
2.    Er is eerder subsidie verstrekt aan dorpswinkels in Langweer en Oudeschoot. Om welke bedragen ging het daar? Om welke activiteiten ging het? Hoe zat het daar met de concurrentie? Zijn er in het verleden ook aanvragen van subsidies voor winkels ingediend en afgewezen? Welke en waarom? Welk overleg heeft c.q. gaat er nog plaats vinden met branche-organisaties over dit soort subsidies? Welke publiciteit gaat de provincie de komende tijd nog geven aan de mogelijkheid om subsidie te krijgen voor winkels?   3.    Het college geeft in het antwoord op de vraag over het openbaar en transparant beschikbaar stellen van de informatie over de subsidieverlening aan dat dit via de gebruikelijke kanalen gebeurt. Wat zijn de gebruikelijke kanalen? Welke informatie wordt daar gepubliceerd? Waar en wanneer is in dit geval de subsidie openbaar gepubliceerd? Is in de publicaties rond deze subsidie (tender) aangegeven dat winkels subsidie aan kunnen vragen? Kunt u een kopie bijvoegen van de publicatie?   4.    Het college van GS geeft in de antwoorden aan dat concurrentievervalsing één van de toetsingscriteria is bij subsidieverlening. De vraag was echter “hoe” het college het aspect van oneerlijke concurrentie en een gelijk speelveld heeft meegewogen in de besluitvorming. Hoe is het aspect concurrentievervalsing in dit geval meegewogen? Kan het college de beoordeling daarvan weergeven? Zo nee, waarom niet?   5.    Hoe wordt in dit geval geborgd dat de activiteit, die subsidiabel wordt geacht, ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd en ook langjarig blijft bestaan?   6.    Als concurrentievervalsing één van de toetsingscriteria is. Waarom staat dit dan niet bij de subsidiecriteria van hoofdstuk 6.3 artikel 4 (subsidie stimuleren en verbreden plattelandseconomie) van de subsidieverordening pMJP 2009? Is het college bereid om in de subsidieverordening(en), daar waar dat relevant is en het om subsidie aan bedrijven gaat, dit criterium op te nemen? Zo nee, waarom niet?    
  Indiener (s) VVD   ·         Aukje de Vries, VVD Statenfractie  

Wij zijn benieuwd naar jouw mening.
Heb je ergens vragen over?